Keuzehulp: Vind het juiste meetsysteem

Op deze pagina geven we meer uitleg over onze keuzehulp en nemen we je graag mee in hoe we de meetinstrumenten hierin hebben onderverdeeld. De zeven keuzepijlers vormen het fundament van deze keuzehulp: ze geven richting, maken vergelijken eenvoudig en helpen je stap voor stap het instrument te vinden dat het beste aansluit bij jouw project.

Hulp nodig? Bekijk de brochure!

De 7 keuze pijlers

Elke pijler belicht een ander, belangrijk aspect dat meespeelt bij het maken van een weloverwogen keuze. Door de instrumenten langs deze pijlers te leggen, krijg je snel inzicht in de voor- en nadelen per optie. Zo kun je met vertrouwen een meetinstrument selecteren dat écht past bij jouw doel en toepassing. Hieronder vind je voor elke pijler een duidelijke toelichting.

1. Voorkennis

De eerste pijler is jouw voorkennis: hoeveel ervaring heb je met meetapparatuur en -technieken? Heb je geen ervaring, dan is het belangrijk dat een instrument eenvoudig en gebruiksvriendelijk is. Heb je basiskennis, dan kun je overweg met iets geavanceerdere systemen, zeker met enige uitleg of training. Ben je een expert, dan kun je de meest complexe instrumenten en software bedienen en haal je het maximale uit geavanceerde functies. Deze pijler helpt inschatten welk instrument qua gebruiksgemak en complexiteit bij je past en welke (aanvullende) training je mogelijk nodig hebt.
“Heb ik al de kennis in huis om dit instrument te bedienen, of heb ik een meer gebruiksvriendelijke oplossing of juist extra training nodig?”

2. Gebruik

Waar ga je het instrument gebruiken: buiten of binnen? Werk je voornamelijk buiten, bijvoorbeeld op bouwterreinen, infrastructurele projecten of in het veld? Dan heb je een robuust instrument nodig dat tegen weer en wind kan en goed presteert over grotere afstanden in open lucht. Werk je meestal binnen, zoals in gebouwen, fabrieken of tunnels? Dan is het belangrijk dat het instrument geschikt is voor indoor omgevingen, waar factoren als GPS-ontvangst minder relevant zijn, maar compactheid en manoeuvreerbaarheid juist belangrijk worden. Deze pijler zorgt ervoor dat je een instrument kiest dat past bij je werkomgeving.
“Ga ik vooral buiten in weer en wind meten, of juist binnen in gebouwen of tunnels?”

3. Manier van meten

Hoe wil je data verzamelen: statisch of mobiel? Statisch meten betekent dat je vanaf vaste standpunten meet. Je zet het instrument bijvoorbeeld op een statief neer en voert metingen uit vanaf die positie. Denk aan een total station of laserscanner die op één plek staat en van daaruit de omgeving inmeet. Mobiel meten betekent dat je al bewegend data verzamelt, het instrument gaat met je mee. Bijvoorbeeld een mobiel mapping-systeem op een voertuig, boot of trein, of een handscanner waarmee je rondloopt. Mobiele systemen leggen snel 3D-data vast terwijl je onderweg bent. Deze pijler is belangrijk omdat niet elke technologie beide manieren ondersteunt. Statische systemen bieden vaak de hoogste nauwkeurigheid, terwijl mobiele systemen snelheid en flexibiliteit bieden voor grotere of dynamische gebieden.
“Wil ik meten vanaf vaste posities (statisch) of moet ik al lopend/rijdend kunnen meten (mobiel) om mijn doelen te bereiken?”

4. Toepassingsbereik

Wat is het toepassingsbereik van je project, met andere woorden, hoe groot is het gebied of object dat je wilt opmeten? Bij een klein project, zoals een bouwkavel of een klein perceel, volstaat meestal een instrument met beperkt bereik of reikwijdte. Voor middelgrote terreinen of gebouwen heb je een systeem nodig dat op enige afstand nog nauwkeurig kan meten. Gaat het om een groot gebied, verspreide locaties of monitoring over grote afstand? Dan heb je een instrument nodig dat een groot meetbereik heeft. Door deze pijler zorg je dat het gekozen instrument qua bereik en schaal aansluit bij de omvang van jouw werkzaamheden.
“Omvatten mijn projecten een klein terrein, een middelgroot gebied of een zeer groot gebied en welk instrument dekt die schaal het beste?”

5. Resultaat van meting

Welk type resultaat heb je nodig uit de meting? Verschillende instrumenten leveren verschillende datatypen op. Heb je een gedetailleerd beeld van de hele omgeving nodig, dan is een puntenwolk een passend resultaat, dit krijg je bijvoorbeeld uit een 3D-laserscanner of geavanceerde total station met scanfunctie. Een puntenwolk bestaat uit miljoenen meetpuntjes en vormt de basis voor 3D-modellen en visualisaties. Heb je alleen coördinaten van specifieke punten op een object of oppervlak nodig, dan volstaan losse punten. Die krijg je bijvoorbeeld uit een GNSS-ontvanger of total station. Moet je tevens visuele context hebben, dan wil je dat het instrument foto’s maakt tijdens het meten (sommige scanners en mobile mapping-oplossingen combineren beelden met meetdata). En in bepaalde gevallen is het handig als het systeem direct lijnen of vlakken kan registreren, bijvoorbeeld om plattegronden of volumes te tekenen. Deze pijler zorgt ervoor dat je nadenkt over welke informatie je uiteindelijk nodig hebt, punten, of ook beelden of uitgewerkte tekeningen.
“Heb ik een volledige 3D-puntenwolk van mijn object nodig, of zijn enkele punten/coördinaten of foto’s voldoende als meetresultaat?”

6. Dataverwerking

Hoe wil je de verzamelde data verwerken en opslaan? Sommige instrumenten verwerken de meetgegevens direct in het veld op het apparaat zelf. Je ziet dan ter plekke al resultaten en kunt snel beslissingen nemen. Andere systemen sturen de data automatisch naar de cloud, waar met speciale software de metingen worden geconsolideerd en verwerkt zonder dat jij daar omkijken naar hebt, ideaal als je direct met collega’s de data wilt delen of achteraf complexe berekeningen online wilt laten doen. Een derde mogelijkheid is dat het instrument ruwe data oplevert die je zelf moet verwerken op kantoor met eigen software. Dit geeft maximale controle en vaak de hoogste detailmogelijkheden, maar kost meer tijd en vereist expertise. Bedenk welke werkwijze het best bij je organisatie en project past, zodat je een instrument kiest dat daarbij aansluit.
“Wil ik dat de meetresultaten direct ter plekke beschikbaar zijn, dat ze automatisch in de cloud worden verwerkt, of vind ik het goed om de data later zelf te verwerken?”

7. Nauwkeurigheid

De laatste, maar zeker niet de minste pijler, is de vereiste nauwkeurigheid. Hoe precies moet de meting zijn voor jouw toepassing? Sommige projecten vereisen millimeter-nauwkeurigheid, bijvoorbeeld bij fijn meetwerk in de bouw, machinebouw of de monitoring van verzakkingen. Andere toepassingen kunnen volstaan met een nauwkeurigheid op centimeter-niveau, waarvoor vaak een GNSS oplossing wordt gebruikt. In weer andere gevallen is een nauwkeurigheid van (een halve) meter acceptabel, bijvoorbeeld voor globale positionering of oriënterende metingen waar detail minder van belang is. Over het algemeen geldt: hoe hoger de benodigde nauwkeurigheid, des te geavanceerder (en vaak duurder of arbeidsintensiever) het meetsysteem zal zijn. Deze pijler helpt je dus om instrumenten uit te sluiten die niet aan de precisie-eis voldoen.
“Welke precisie heeft mijn project minimaal nodig, millimeter-, centimeter- of meterniveau?”

Klaar om de keuze te maken?

Hopelijk hebben we je met deze toelichting verder op weg geholpen bij het maken van een weloverwogen keuze voor een meetinstrument dat perfect past bij jouw project. Door de zeven keuzepijlers toe te passen, kun je alvast een eerste selectie maken die aansluit bij jouw wensen, werkwijze en meetdoelen. Een persoonlijk advies kan je helpen te checken of je de juiste keuze hebt gemaakt of je keuze te optimaliseren.

Heb je vragen over onze meetoplossingen?